Systemen

De docent helpt studenten om de wereld als een onderling verbonden geheel te begrijpen, om verbanden te zoeken in onze sociale en natuurlijke omgeving en na te denken over de gevolgen van acties.

Leerdoelen

De docent helpt de studenten om: 

Verbanden met andere competenties: Toekomsten; Transdisciplinariteit; Oplettendheid; Actie

Onderliggende vaardigheden voor de docent  

Om de bovenstaande leerresultaten te bereiken, moet de docent:

Voorbeeld­activiteiten voor Systemen

1 Verbindingen vinden
  • Voorgestelde duur: 15 minuten
  • Gebruikte techniek: Groeps ijsbreker (van ‘Linkingthinking’ van Sterling: WWF Scotland)
  • Benodigde materialen: markeerstiften, flipoverpapier
  • Doel van de activiteit: zoeken naar links tussen leden van de groep en deze links tonen op een flipover. Dit zou de groep helpen om elkaar beter te leren kennen, maar ook om te illustreren dat we als individuen meer met elkaar verbonden zijn dan we ons eerst realiseerden.
  • Ondersteunende componenten: UC1.2a; UC1.2b; UC1.3a
  • Verbinding met andere competenties: Transdisciplinariteit

Korte omschrijving

De groep is onderverdeeld in subgroepen van ongeveer 4-6 en krijgt een vel flip-overpapier en pennen. Ze worden gevraagd om te zoeken naar alles wat leden van de groep gemeen hebben of waarmee ze verbonden zijn, en dit op de een of andere manier op het papier te laten zien.
Naderhand kunnen groepen aan de rest van de groep presenteren en reageren op wat ze hebben gevonden.
Aan het eind moet de groepsleider de activiteit afsluiten door te benadrukken dat we vaak zonder het zelf de beseffen op veel verschillende manieren met elkaar zijn verbonden en daarmee onderdeel zijn van een complex systeem.
Dit moet leiden tot input over systeemdenken, grenzen rond systemen en feedback binnen systemen.

2 Het webbing spel
  • Voorgestelde duur: 20 minuten
  • Gebruikte techniek: simulatie
  • Benodigde materialen: bol touw of garen, plaklabels
  • Doel van de activiteit: illustreren hoe dingen met elkaar in verband staan en op elkaar afhankelijk zijn.
  • Ondersteunende componenten: UC1.1a; UC1.1b; UC1.2a; UC1.2b
  • Verbinding met andere competenties: Oplettendheid

Korte omschrijving

Diverse foto's van dieren in het wild worden onder de groep verspreid, bijvoorbeeld eik, meidoorn, vis, roofvogel, spin, egel ...
Studenten bespreken samen wat ze van elk van de afgebeelde onderwerpen weten.
De groepsleider beweegt zich willekeurig tussen de groep en vraagt welke verbindingen elk ding heeft met de andere items.
Vervolgens wordt tussen de items een touw gespannen om de verbindingen zichtbaar te maken en geleidelijk een web op te bouwen.
De groepsleider maakt vervolgens een scenario waarbij een van hen wordt verwijderd en vervolgens een andere en het web begint in te storten.
Dit moet leiden tot input over de betekenis en modellen van duurzaamheid.

Alternatief:

Vraag studenten in hun toegewezen rol om iets te vinden dat hen opeet of dat ze eten, houd een stuk touw strak tussen beiden en gebruik de rest van het touw om andere verbindingen toe te voegen.
In het midden van het web moet een student staan die de rol van eik heeft gekregen.
De leider beweegt zich tussen hen, verdeelt stukjes touw en zorgt ervoor dat iedereen minstens één keer verbonden is met het centrale punt in het web.
Zodra iedereen verbonden is, speelt de leider de rol van houthakker (hij doet alsof hij een bijl of kettingzaag gebruikt voor een dramatisch effect) en velt de eik.
Terwijl de eikenboomstudent op de knieën valt, houdt hij alle aan hem verbonden touwtjes stevig vast.
Elke student die voelt dat aan een touwtje wordt getrokken, moet ook op zijn knieën vallen, terwijl hij zijn touwtejs stevig vasthoudt.
Heel snel zal de hele klas op hun knieën vallen en laten zien hoe het verlies van één belangrijke soort vele andere kan beïnvloeden.

3 Rondgaan
  • Voorgestelde duur: 10 minuten
  • Gebruikte techniek: simulatie
  • Benodigde materialen: geen
  • Doel van de activiteit: illustreren hoe dingen gewoon kunnen ontstaan en dat wat zich voordoet andere dingen kan beïnvloeden en verandering kan veroorzaken
  • Ondersteunende componenten: UC1.2a; UC1.2b
  • Verbinding met andere competenties: Actie; Toekomsten

Korte omschrijving

De hele groep wordt gevraagd om gewoon op te staan en rond te dwalen zonder verdere instructies of uitleg.

Uiteindelijk zullen er dingen gebeuren, bijvoorbeeld mensen stoppen en praten, gaan zitten, beginnen te protesteren.

In de plenaire vergadering wordt de groep gevraagd na te denken over wat er is gebeurd, bijvoorbeeld welke patronen naar voren kwamen en welk gedrag naar voren kwam. Dit zou dan kunnen leiden tot discussies over opkomst, zelfproductie en het voortdurende en verspreidende effect.

4 Modelen van duurzame ontwikkeling
  • Voorgestelde duur: 15 minuten
  • Gebruikte techniek: jigsaw-discussie
  • Benodigde materialen: gedrukte modellen (diagrammen)
  • Doel van activiteit: vergroting kritisch bewustzijn en begrip van modellen voor duurzame ontwikkeling
  • Ondersteunende componenten: UC1.1a; UC1.1b; UC1.3a
  • Verbinding met andere competenties

Korte omschrijving

Kleine groepen. Elk krijgt een ander model van duurzame ontwikkeling om a) te bespreken en te interpreteren,
b) over na te denken wat ze er leuk aan vinden,
c) eventuele bedenkingen over het model te overwegen.

Hervorm de groepen met een persoon die elk model vertegenwoordigt.
a) elke persoon hun model en hun gedachten
b) bespreek samen welk model zij verkiezen en waarom
c) bespreek wat volgens hen de eerdere versies zijn en welke later en waarom.

Plenair: deel gedachten.

5 Een alledaags item ontdekken
  • Voorgestelde duur: 25 minuten
  • Gebruikte techniek: onderzoek
  • Benodigde materialen: internettoegang of geschikt referentiemateriaal
  • Doel van activiteit: bewustwording van de impact van onze winkelgewoonten
  • Ondersteunende componenten: UC1.1a; UC1.2a; UC1.2c; UC1.3a; UC1.3b
  • Verbinding met andere competenties: Oplettendheid; Transdisciplinariteit

Korte omschrijving

De groep is onderverdeeld in kleine groepen en wordt als taak voor de sessie gevraagd om een alledaags item te onderzoeken, zoals een paar sneekers of een mobiele telefoon. Ze moeten het volgende onderzoeken en een presentatie voor de rest van de groep voorbereiden:

  • Waar is het van gemaakt?
  • Waar komen deze dingen vandaan?
  • Wat is het productieproces en waar vindt het plaats?
  • Welk type bedrijven / mensen zijn betrokken bij de productie van het artikel?
  • Stijgt / daalt de verkoop van het artikel?
  • Hoe nuttig / noodzakelijk is het artikel?
  • Wat gebeurt er met het artikel als het niet meer nodig / gebruikt / kapot is?
  • Wat is de impact van een van de bovenstaande? (Sociaal? Ecologisch? Economisch? Politiek?)

Na de presentaties moet de groepsleider vragen stellen die de groep ertoe brengen na te denken over de duurzaamheid van deze praktijk, waarbij hij de aandacht vestigt op het feit dat sommige van de items die bij de fabricage betrokken zijn, eindig zijn en dus opraken, waardoor productiestijgingen / -dalingen kunnen leiden tot economische en sociale impact en dat de productie waarschijnlijk lineair is en resulteert in afval. Dit moet leiden tot input over lineaire en circulaire economieën.

Groepen wordt vervolgens gevraagd om hun item opnieuw te ontwerpen volgens de principes van de circulaire economie, of om een bestaand product te vinden dat al op die manier is ontworpen en om hun bevindingen te presenteren en te bespreken.

Aanvullende Activiteiten
  • Fairtrade: een simulatiespel dat spelers helpt de voordelen van eerlijke handel te begrijpen en te beseffen dat onze beslissingen en keuzes het leven van andere mensen over de hele wereld beïnvloeden.
  • “Het publiceren van de geheime archieven van een ontziltingseenheid die de vervuiling van het water veroorzaakt en duizenden mensen doodt of geld accepteren van het bedrijf dat de fabriek heeft gebouwd om daarmee je kind te beschermen tegen of genezen van de ernstige ziekte die wordt veroorzaakt door de vervuiling van het water”: Moreel dilemma om te begrijpen dat de kwesties op het gebied van milieu en duurzame ontwikkeling worden aangedreven door sociale, ecologische en persoonlijke waarden die onze beslissingen bepalen. Besluitvaardigheid is van cruciaal belang om onze waarden voor een probleem te verduidelijken als middel om onze beslissingen opnieuw te definiëren.
  • Klimaatveranderingen: oorzaken, wortels, acties. Toegepast op een conceptmap voor het in detail ontwerpen van de oorzaken, de effecten, de maatregelen, de verantwoording op sociaal, economisch en politiek niveau.

Voorbeeld­activiteiten voor Systemen Doelstellingen voor Duurzame Ontwikkeling

Systemen SDG1 Geen armoede

De student begrijpt de wereldwijde en / of lokale systemen die armoede veroorzaken of verminderen.

Systemen SDG2 Geen honger

De student begrijpt hoe mondiale economische systemen bijdragen aan het fenomeen honger.

Systemen SDG3 Goede gezondheid en welzijn

De student beschouwt systematisch de sociale, politieke en economische dimensies van gezondheid en welzijn.

Systemen SDG4 Kwaliteitsonderwijs

De student bespreekt het belang van onderwijs en mogelijkheden voor levenslang leren voor iedereen (formeel, niet-formeel en informeel leren) als belangrijkste aanjagers van duurzame ontwikkeling, voor het verbeteren van het leven van mensen en bij het bereiken van de SDG's.

Systemen SDG5 Gender gelijkheid

De student beschouwt binnen een gegeven context de systemische visie ten aanzien van relaties tussen mensen op het gebied van gender reguleren. Denk daarbij aan rechten, plichten, uitdagingen en kansen; ondersteuning en belemmering; impliciete en gebruikelijke regels. Houd er rekening mee dat veel van de problemen met betrekking tot genderverschillen complex zijn, waarbij oorzaken en oordelen voortkomen uit veel onderling afhankelijke factoren en daarom langdurige institutionele en culturele transformaties vereisen.

Systemen SDG6 Schoon water en sanitaire voorzieningen

De student stelt waterproblemen systematisch aan de orde, inclusief doordenking van oplossingen rond toegang tot water voor iedereen, onder aanvaardbare sanitaire omstandigheden; hierbij is duurzaam beheer van de hulpbron verzekerd.

Systemen SDG7 Betaalbare en schone energie

De student visualiseert verschillen in toegang tot natuurlijke hulpbronnen op verschillende niveaus en via verschillende dimensies (sociaal, politiek, economisch, ecologisch en cultureel).

Systemen SDG8 Fatsoenlijk werk en economische groei

De student bespreekt de inherente tegenstelling tussen economische groei en bredere wereldwijde crises. Bedenk hoe een systemische visie de circulaire economie ondersteunt. Herken de complexiteit van de kenniseconomie en hoe deze verschilt van traditionele economische modellen.

Systemen SDG9 Industrie, innovatie en infrastructuur

De student begrijpt hoe lokale, nationale en internationale industrie, systemen en infrastructuur met elkaar zijn verbonden.

Systemen SDG10 Verminderde ongelijkheden

De student kan verantwoorde beslissingen nemen over eigen eten en winkelen en consumptiegewoonten die in het belang zijn van duurzame landbouw.

Systemen SDG11 Duurzame steden en gemeenschappen

De student beschouwt maatschappelijke systemen als complexe systemen die in de tijd en in verschillende contexten verbonden zijn met fysieke, sociale, psychologische en menselijke behoeften.

Systemen SDG12 Verantwoorde consumptie en productie

De student begrijpt productie- en consumptiepatronen en waardeketens en de onderlinge samenhang van productie en consumptie en hoe individuele levensstijlkeuzes de sociale, economische en ecologische ontwikkeling beïnvloeden.

Systemen SDG13 Klimaat actie

De student begrijpt hoe natuurlijke en menselijke fenomenen die klimaatverandering veroorzaken met elkaar verbonden zijn en zijn zich bewust van de gevolgen van het dominante huidige ontwikkelingsparadigma. Ze passen de systemische visie en aanpak toe en kunnen mogelijke toekomstscenario's voorspellen, beslissingen nemen in onzekere omstandigheden, risico's en effecten inschatten en daardoor voor de nodige flexibiliteit zorgen.

Systemen SDG14 Leven onder water

De student begrijpt de verbanden tussen klimaatverandering, zeespiegelstijging en overconsumptie van zeevruchtenproducten.

Systemen SDG15 Leven op land

De student begrijpt hoe het menselijk leven afhangt van en invloed heeft op natuurlijke habitats en hun biodiversiteit en hoe de huidige sociaal-ecologische systemen een serieuze impact hebben op de habitats van de aarde en de oceaan en de biodiversiteit.

Systemen SDG16 Vrede, gerechtheid en sterke instellingen

De student begrijpt hoe onevenwichtigheden in de macht situaties beïnvloeden en hoe conflicten of onzekerheid onvoorziene gevolgen kunnen hebben (bijvoorbeeld verplaatsing van mensen).

Nuttige informatie voor Systemen

  • Geisen G 2014 Autopoiesis. Perspective on sustainable, meaningful education. Utrecht: Duurzaam Door.
  • Henderson, K and Tilbury, D 2004 Whole-School Approaches to Sustainability: An International Review of Sustainable School Programs. Report Prepared by the Australian Research Institute in Education for Sustainability (ARIES) for The Department of the Environment and Heritage, Australian Government
  • Raworth K 2017 Doughnut Economics: seven ways to think like a 21st century economist. Random House (see chapter 4 – Get Savvy with Systems) – A useful way of showing how environmental and social concerns can guide economic development.
  • Scott W & Vare P 2018 The World We’ll Leave Behind. London: Routledge. (In particular chapter 33 Systems and systems thinking) – Very short, readable chapters introducing a wide range of sustainability issues.