Affordable and clean energy

Studenten zijn verdeeld in drie groepen om aan verschillende scenario’s te werken en hun resultaten te delen.

Eén groep werkt met het business as usual-scenario (energieproductie en -verbruik volgen dezelfde trends als vandaag). Een andere groep werkt met een scenario gebaseerd op de spreiding van zonne-energie waarbij het verbruik hetzelfde blijft als vandaag, terwijl de derde groep werkt met een scenario waarbij het energieverbruik aanzienlijk wordt verminderd.

De drie groepen presenteren hun bevindingen en bespreken samen wat het beste scenario en de beste route is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen om de temperatuurstijging van 2 ° C tegen 2100 te voorkomen.

Studenten bedenken vervolgens drie stappen / beslissingen die moeten worden genomen om naar dit scenario toe te werken. Bespreek waarom deze stap en geen andere? Wat zijn de waarden die aan deze beslissing ten grondslag liggen? Zitten er dilemma’s in deze stap?

Studenten verdelen zich in groepen. Elke groep stelt zich een gezin voor in een andere sociaal-economische klasse en speelt typisch gedrag in rollenspellen. Groepen delen en bespreken en reflecteren over de oorzaken en implicaties van verschillende geïdentificeerde gedragingen. Als laatste activiteit nodigt de decent de studenten uit om zichzelf te situeren in een situatie van energiearmoede en collectief te reflecteren op hun gevoelens en emoties. studenten brengen vervolgens hun eigen dagelijkse gedrag in verband met een van de voorstellingen. Vervolgens denken studenten na over hoe ze hun eigen energieverbruik kunnen verminderen.

Verdeel de studenten in twee groepen. Elke groep onderzoekt de voordelen en uitdagingen van de groene economie. 

Vervolgens organiseert de docent een debat waarbij de ene groep pleit voor de transitie naar een groene economie en de andere juist niet. Aangezien groepen geen vooraf toegewezen positie hebben, moeten ze allebei de voor- en nadelen van een groene economie kennen en de argumenten van de ander kunnen begrijpen en ter discussie stellen.

Studenten brainstormen over manieren om de energie-efficiëntie in hun instelling / huis / werkplek te verbeteren. Groepen delen en bespreken vervolgens suggesties. 

De groep overweegt plenair voorstellen en kiest een paar doelen om naar toe te werken, inclusief belangrijke stappen die nodig zijn om deze doelen te bereiken. Plan deze stappen, dwz wie, waar, wanneer, hoe en tegen welke prijs.

In groepen selecteren studenten een milieuconflict gerelateerd aan energie, bijvoorbeeld van https://ejatlas.org. Groepen kiezen vervolgens een artistieke manier om het gekozen conflict te communiceren of uit te leggen (lied, rollenspel, tekening …). Er wordt hen gevraagd de belangrijkste actoren bij het conflict te identificeren, evenals hun belangrijkste rollen en posities en hun potentiële gevoelens. Groepen bedenken vervolgens een script, oefenen en spelen dan voor elkaar en krijgen feedback.

Ontwerp gezamenlijk een semi-gestructureerd interview over energieverbruik en energiearmoede (dwz: een relatief hoge energierekening). Bijvoorbeeld: hoe begrijp je energiearmoede? Wat zijn de belangrijkste oorzaken en implicaties?. 

Verdeel de klas in groepen. Elke groep zoekt een lokale expert op het gebied van energiearmoede uit een andere discipline: economie, sociologie, gezondheid, enz. (de docent kan deze experts op voorhand uitnodigen; of dit kan deel uitmaken van de taak) en het interview afnemen. 

Groepen produceren vervolgens een ppt met een samenvatting van de bevindingen. 

Groepen presenteren ppts en studenten bespreken de verschillende reacties en vergelijken overeenkomsten en verschillen.

De klas bespreekt vervolgens de voordelen en uitdagingen van multi-, inter- en transdisciplinair werk.

Studenten brainstormen over manieren om de energie-efficiëntie in hun instelling / huis / werkplek te verbeteren. Groepen delen en bespreken vervolgens suggesties. De hele groep overweegt voorstellen en kiest een paar sleutels om naar toe te werken. De studenten identificeren enkele belangrijke stappen die nodig zijn om deze doelen te bereiken.

Studenten verdelen zich in groepen. Elke groep stelt zich een gezin voor in een andere sociaal-economische klasse en speelt typisch gedrag in rollenspellen. Groepen delen, bespreken en reflecteren over de oorzaken en implicaties van verschillend geïdentificeerd gedrag.

Als laatste activiteit nodigen de leerkrachten de leerlingen uit om zichzelf te situeren in een situatie van energiearmoede en collectief te reflecteren op hun gevoelens en emoties.

De docent presenteert de casus van de Nigerdelta om studenten bewust te maken van de realiteit van de infrastructuur achter oliewinning – de pijpleidingen, terminals, offshore platforms, de tankers die de oceanen bevaren – en het proces van hoe olie ons leven en onze tanks binnenkomt.

Vervolgens begeleidt de docent de studenten door een brainstormproces om kansen te identificeren om de situatie in de Niger te verbeteren door energieproductie en -verbruik in het mondiale noorden te overwegen.

In groepen onderzoeken studenten gegevens over energieverbruik voor hun dorp / stad en hoe deze de afgelopen decennia zijn veranderd. Onderzoek dan een geval van lokale energiearmoede, bijvoorbeeld buurt, zone of groep. Betrokken onderzoek actoren, bijvoorbeeld mensen uit verschillende gebieden, sociaaleconomische status, energieproducenten, overheidsfunctionarissen. Studenten nemen verschillende rollen aan en communiceren met elkaar over het gebruik en de beschikbaarheid van energie.

Ten slotte schrijven de studenten, individueel en vanuit het perspectief van de vertegenwoordigde acteur, een manifest over hun uiteindelijke positie in het debat en een actievoorstel dat rekening houdt met de complexiteit van de perspectieven die tijdens het debat werden getoond.