Good health and well-being

De klas is verdeeld in kleine groepen. Elke groep bestudeert een op een real-life probleem gebaseerd scenario voor het welzijn van mensen (discriminatie, pesten, ongelijkheden, ziekten enz.) en probeert ten minste zes verschillende oplossingen / manieren te bedenken.

Overweeg de waarden die aan elke oplossing ten grondslag liggen en wat de oplossingen in gevaar zou kunnen brengen. Bespreek met de hele groep de voorgestelde oplossingen en de gerelateerde waarden voor gezondheid en welzijn.

Studenten reflecteren op hun leven en noemen voorbeelden van acties en beslissingen die, indien genomen, een positieve of negatieve invloed kunnen hebben op het welzijn van zichzelf en anderen (A R2).

Kleine groepen bestuderen verschillende strategieën voor gezondheidsbevordering en ziektepreventie, overleggen welke zij het liefst kritisch bespreken qua eventuele beperkingen en proberen alternatieve modellen / strategieën te bedenken.

Studenten bedenken rollenspellen om voorbeelden te laten zien van ongelijkheden tussen mannen en vrouwen in hun werk, die verschillende visies en belangen van verschillende belanghebbenden illustreren en mogelijke acties laten zien.

Deel, bespreek en denk na over acties die gendergelijkheid in werkomgevingen en binnen ons dagelijks leven (bijvoorbeeld in het gezin, op school enz.) kunnen bevorderen en hoe dit de levenskwaliteit en de tevredenheid van het leven van zowel mannen als vrouwen beïnvloedt.

Studenten overwegen welke andere groepen in hun school of omgeving die ondersteuning nodig hebben. Studenten werken in groepen en ontwikkelen ideeën die kunnen helpen. De groepen presenteren hun ideeën. Alle ideeën worden besproken en geanalyseerd op basis van specifieke indicatoren (niet labelen, haalbaar voor om toe te passen, tijd nodig, voordelen voor iedereen). Studenten beslissen welke ideeën geschikt zijn en ontwikkelen een tijdlijnplan met de benodigde stappen voor hun uitvoering.

Studenten organiseren een rondetafelgesprek over “Gezondheid als publiek goed”. Nodig artsen, verzekerden, mensen uit de publieke en private sector, patiëntenverenigingen, studenten, vertegenwoordigers van kwetsbare groepen, etc. uit. De discussie zal naar verwachting de verschillende aspecten en belangen van de verschillende partijen over het onderwerp aan het licht brengen.

Studenten bespreken verschillende reacties op pesten, bijvoorbeeld grijp in, kijk, vertrek, meld de incident aan de schooldirecteur. De reacties worden in een tabel gerangschikt en ze worden besproken om te zien welke waarden en overtuigingen elk gedrag ondersteunen en hoe dit gedrag een positieve of negatieve invloed kan hebben op het leven van leerlingen en het welzijn van de school.

Groepsactiviteit: studenten lezen waargebeurde verhalen over mensen in nood uit verschillende delen van de wereld. Vervolgens wordt hen gevraagd hun emoties en gevoelens te uiten en te bespreken waarom ze zich zo voelen. Studenten wordt gevraagd na te denken over hoe mensen hun veerkracht kunnen vergroten en de problemen waarmee ze worden geconfronteerd kunnen aanpakken.

Studenten bezoeken een NGO, bijvoorbeeld voor onbegeleide kinderen in een vluchtelingenkamp of een liefdadigheidsinstelling en ontmoet kwetsbare mensen. Bespreek met hen en met de mensen die hen ondersteunen, de levensomstandigheden in een gastland, manieren waarop ze worden ondersteund en praktische manieren waarmee studenten kunnen helpen.

Als vervolg organiseren studenten een actie (het verzamelen van kleding, speelgoed of goederen die eerst nodig zijn, of andere acties) om de groep te ondersteunen.

Studenten gebruiken grafieken, infographics en statistieken om een beeld te krijgen van verspreiding van besmettelijke ziekten en ondervoeding in de wereld.

In groepen gebruiken studenten verschillende informatiebronnen (bijvoorbeeld ICT), leggen de cijfers, feiten en statistieken uit en presenteren een holistische kijk op het probleem.

Voorbeelden van uitdagende vragen zijn: in welke landen of regio’s is het probleem groot en in welke landen bestaat het niet? Waarom? Welke leeftijden worden beïnvloed? Welke factoren versterken het probleem? Welke corrigerende maatregelen worden er genomen? Hoe kunnen landen, groepen, mensen het risico elimineren? Welk beleid en welke strategieën worden gevolgd om het probleem aan te pakken?

Elke groep presenteert en bespreekt hun resultaten plenair en ontwikkelt samen een plan met voorgestelde strategieën die de lokale context aanpakken om de lokale veerkracht te vergroten.

Studenten krijgen een serie foto’s van mensen uit verschillende regio’s te zien. Studenten worden gevraagd de foto’s te classificeren op basis van de levenskwaliteit van deze mensen (voedsel, huis, onderwijs, gezondheid, werk, mensenrechten enz.). Ze bespreken de verschillen in de levenskwaliteit en het welzijn van mensen en stellen manieren voor waarop mensen individueel en collectief andere mensen in nood kunnen helpen.

Studenten plannen bijvoorbeeld ‘Een dag tegen discriminatie’ en ondernemen een reeks acties op in hun school en in hun gemeenschap om inclusie en acceptatie van iedereen te bevorderen.