Criticality

Studenten krijgen – of selecteren – een actuele conflictsituatie (dit kan lokaal of internationaal zijn). Ze onderzoeken de achtergrond van het conflict, hoe het tot stand is gekomen, vanuit verschillende perspectieven of posities met betrekking tot het probleem met behulp van contrasterende bronnen (bijv. Kranten, sociale media, tijdschriftartikelen, politieke verklaringen).

Ze maken een presentatie (bijvoorbeeld een poster, dia’s, artikel) die de verschillende opvattingen met betrekking tot het conflict belicht en hun eigen conclusies uitlegt.

Studenten in subgroepen wordt gevraagd om deel te nemen aan de Environmental Justice Atlas en op zoek te gaan naar sociaal-ecologische conflicten rond biodiversiteit. 

Ze worden gevraagd om er één te kiezen en de informatie en argumenten van elke kant/actor van het conflict te verzamelen (bedrijf dat natuurlijke hulpbronnen wint, overheid, lokale gemeenschap en activist, buitenlandse NGO’s, enz.). 

Elk lid van de groep neemt de rol van één van deze actoren op zich, analyseert de argumenten van deze actor en bouwt een SWOT-analyseraster (sterke punten, zwakke punten, kansen, bedreigingen) op. 

De groepen presenteren hun analyse plenair.

Onderzoeksmethode

  1. Verzamel verschillende documenten die betrekking hebben op (on) duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en mariene hulpbronnen vanuit verschillende perspectieven (bv sociaal, politiek, economisch, cultureel, ecologisch).
  2. Maak een poster met enkele ideeën over de kwestie, waarbij feiten en meningen helder worden gescheiden.

Studenten bereiden materialen (papers, presentaties oid) voor met verschillende problemen waarvan we op de hoogte moeten zijn, bijv. potentiële onderzoeksbias / agenda als gevolg van financieringsbron / organisatorische links, verschil in focus afhankelijk van mediabron, (b.v. tabloidkrant, serieuze krant, verslag).

Studenten houden daarbij rekening met de tijdsgebondenheid van Informatie, mede als gevolg van opkomend onderzoek, ontwikkeling van ideeën, invloed van framing ( d.w.z. de manier waarop dingen worden gepresenteerd, mogelijk het denken kan sturen).

Studenten werken in subgroepen. Elke groep krijgt een set materialen die zich richt op een van de bovenstaande problemen. Vraag elke groep om hun materialen te bestuderen om te zien wat ze opmerken. Hierover wordt plenair gerapporteerd. Hierbij staat de noodzaak om alert te zijn en bronnen te evalueren centraal.

Groepsactiviteit: stel een productie / verbruik gerelateerd scenario op, bijvoorbeeld een supermarkt. Studenten spelen verschillende rollen
bijvoorbeeld manager, oudere persoon, zwangere vrouw, milieuactivist, veganist, vleeseter. 

Rollenspel-teamvergaderingen op basis van het oplossen van verschillende problemen, bijvoorbeeld hoe de gewoonten van de consument te veranderen, de winst te vergroten en milieuvriendelijker te worden. 

Groepen delen ervaringen en resultaten.

Scenario: Lokale autoriteiten besluiten om van een vrije ruimte in een dichtbevolkte gemeenschap (verstedelijking en gebrek aan groen) een handelscentrum te maken in plaats van een gemeenschapspark.

Op basis van dit scenario wordt een rollenspel georganiseerd. Er worden verschillende rollen geïdentificeerd (bijvoorbeeld wethouder, winkelier, bewoner, agent; maar laat studenten ze liefst zelf benoemen), evenals tegenstrijdige belangen en meningen. Studenten worden verdeeld in groepen, waarbij elke groep één rol vertegenwoordigt. De groepen verzamelen informatie om argumenten op te bouwen die hun standpunt ondersteunen.

Speel het rollenspel na en verken de problemen vanuit verschillende perspectieven. Laat aan het einde van het stuk de problemen zien via een web- of conceptkaart om hun systemische en complexe karakter aan te geven. Het rollenspel eindigt met specifieke beslissingen die worden beoordeeld en besproken op basis van hun impact op de gemeenschap.

Spelvoorbeeld: Cantor’s World

Op een moment in de menselijke geschiedenis waarin we worden geconfronteerd met een milieucrisis, is het van cruciaal belang om te begrijpen welke impact ontwikkeling heeft op het milieu. Indicatoren zoals het BBP en HDI die worden gebruikt om de ontwikkeling van een land te meten, houden geen rekening met het milieu. Om deze kloof te dichten, bracht een trio van organisaties onder de paraplu van de VN in 2012 een rapport uit dat sprak over een ‘Inclusive Wealth Index’ (IWI). Het IWI is een manier om de onderlinge verbondenheid van de economie, het milieu en het menselijk welzijn te erkennen en te verwoorden.

De game Cantor’s World is ontworpen voor studenten en beleidsmakers om te leren hoe het IWI andere indices aanvult. In het spel kunnen spelers experimenteren met verschillende beleidskeuzes en uit de eerste hand het touwtrekken ervaren tussen resultaten op korte termijn en duurzaamheid op lange termijn. De game is ontworpen voor Masters-studenten economie, openbaar beleid en duurzaamheidsstudies en wordt gespeeld op universiteiten over de hele wereld. De game is ontwikkeld door Fields of View in samenwerking met UNESCO-MGIEP.

Er zijn veel leervoordelen voor het spel. Allereerst nemen spelers beleidsbeslissingen en begrijpen ze hun impact op de drie hoofdsteden (IWI) en de SDG’s – 4 (kwaliteitsonderwijs), 10 (verminderde ongelijkheid) en 13 (klimaatactie). Tijdens het spel ervaren deelnemers hoe beleidsbeslissingen van verschillende temporele schalen de duurzaamheid beïnvloeden. Ze beseffen de aard van de relatie tussen geproduceerd kapitaal en menselijk kapitaal, en ook conflicten tussen individuele landgebonden doelstellingen en globale doelstellingen voor het bereiken van SDG’s, in het bijzonder SDG’s 4, 10 en 13.

Door hun eigen acties in het spel ervaren spelers afwegingen, middelen en beperkingen van beleidsoperationalisatie en de impact ervan op de productiviteit en duurzaamheid.

In groepen analyseren studenten verschillende advertenties met verschillende berichten, bijvoorbeeld auto-advertenties met vrouwen vooraan en advertenties voor Zwitserse chocolade. Groepen bespreken de advertentie vanuit de volgende gezichtspunten:

De groep controleert vervolgens ‘feiten’ om een ​​meer objectieve manier te vinden om het artikel weer te geven, inclusief de voor- en nadelen van het gebruik ervan.

De resultaten worden gepresenteerd en vervolgens reflecteert de groep op het proces.

Mogelijke verdere activiteiten: ontdek hoe etalages en / of tv-internetreclame sociale, politieke, economische, culturele en / of ecologische beelden gebruiken.

Nuttige tekst: Critical thinking about consumerism and consumer-oriented industry (uit: Tilbury, Wortman: involving people in sustainability, chapter 3, critical thinking and thinking. IUCN, UK, 2004).

Studenten maken in kleine groepen een selectie van vijf functies, producten en diensten die de afgelopen jaren zijn ontstaan. Ze maken een presentatie die laat zien in hoeverre één van deze innovaties milieu- en / of sociale problemen aanpakt en verbeteringen suggereert.

Verdeel de studenten in twee groepen. Elke groep onderzoekt de voordelen en uitdagingen van de groene economie. 

Vervolgens organiseert de docent een debat waarbij de ene groep pleit voor de transitie naar een groene economie en de andere juist niet. Aangezien groepen geen vooraf toegewezen positie hebben, moeten ze allebei de voor- en nadelen van een groene economie kennen en de argumenten van de ander kunnen begrijpen en ter discussie stellen.